Home » Werkvormen » Werkvorm voor emoties bij kinderen: werken met ballonnen

Werkvorm voor emoties bij kinderen: werken met ballonnen

door jette peuscher | 5 aug, 2026 | Werkvormen

Emoties uiten met kinderen: een ervaringsgerichte werkvorm met ballonnen

Ballonnen. Je kunt er wat mij betreft niet genoeg van hebben in je praktijk. Met een ballon, een stift en soms wat tape kun je namelijk ontzettend veel doen. Je kunt werken met boosheid en frustratie, maar ook met verdriet, succeservaringen en kwaliteiten. Toch is een ballon op zichzelf natuurlijk nog geen therapeutische werkvorm. Het verschil zit in wat jij ermee doet, welke vragen je stelt en vooral: hoe goed je kijkt naar het kind dat voor je zit.

In deze Werkvorm van de week laat ik je daarom zien hoe je ballonnen kunt inzetten om kinderen te helpen emoties te uiten en onderzoeken. Niet als een vast stappenplan dat je bij ieder kind precies hetzelfde uitvoert. Want daar geloof ik niet in. Ik wil je juist laten zien hoeveel kanten je met één eenvoudige basiswerkvorm op kunt. Zodat je niet alleen een nieuwe werkvorm leert, maar vooral beter wordt in afstemmen.

Waarom kan een ballon helpen bij het uiten van emoties?

Veel kinderen die bij een kindertherapeut, kindercoach of jeugdprofessional komen, voelen van alles. Boosheid, frustratie, spanning of verdriet kan zich behoorlijk vastzetten in het lichaam. Natuurlijk kun je daarover praten, maar soms is alleen praten niet voldoende. Een kind kan soms veel beter laten zien wat er speelt wanneer het iets mag doen en ervaren. Een ballon kan dan helpen om een emotie zichtbaar en tastbaar te maken.

Je kunt een kind bijvoorbeeld vragen om contact te maken met de boosheid. Waar voelt het kind die boosheid in het lichaam? Hoe groot is die en wat gebeurt er als het kind er even bewust aandacht aan geeft? Vervolgens kun je het kind uitnodigen om de boosheid als het ware uit het lichaam en in de ballon te blazen. Misschien is één ballon genoeg, maar misschien zijn het er wel drie, vijf of tien.

Tussendoor blijf je onderzoeken wat er gebeurt. Is de boosheid veranderd? Voelt het lichaam anders? Zit er nog ergens spanning? De ballon is dus niet het doel van de oefening, maar een middel om samen te onderzoeken wat het kind ervaart.

Geef de emotie een kleur, vorm of substantie

Sommige kinderen denken sterk in beelden. Bij hen kan het helpen om te vragen welke kleur de boosheid heeft en waar die kleur in het lichaam zit. Misschien is de boosheid rood en zit die vooral in de buik. Of zwart en zwaar in de schouders. Terwijl het kind de ballon opblaast, kun je samen onderzoeken of die kleur verandert of zich verplaatst.

Maar niet ieder kind kan iets met zo’n vraag. Als een kind je aankijkt alsof je zojuist iets heel vreemds hebt gevraagd, laat je die vraag gewoon los. Misschien heeft de emotie geen kleur, maar wel een vorm, temperatuur of substantie. Misschien voelt de boosheid hard, scherp, plakkerig of zwaar. Gebruik wat bij het kind past in plaats van het kind passend te maken voor jouw oefening.

Dat klinkt logisch, maar in de praktijk gebeurt het vaak anders. We hebben een mooie werkvorm bedacht en willen die graag afmaken. Terwijl de interessantste informatie soms juist ontstaat wanneer een kind iets totaal anders doet dan we hadden verwacht.

Wat doe je met de ballon als de boosheid erin zit?

Stel dat de boosheid in de ballon zit. Wat moet er dan gebeuren? Moet er een knoop in zodat de boosheid veilig in de ballon blijft? Wil het kind de ballon bewaren, weggooien of kapot stampen? Of blijft de ballon bij jou in de praktijk, terwijl het kind zonder de boosheid naar huis gaat?

Er is geen standaardantwoord.

Ik zag bijvoorbeeld een kind dat een ballon met een emotie kapot wilde stampen, maar tegelijkertijd bang was voor de knal. Toen de ballon uiteindelijk knapte, voelde zij dat de kleur uit de ballon ontsnapte en weer terug haar lichaam in vloog. De spanning zat voor haar gevoel direct weer vast in haar nek. Een interventie die voor het ene kind bevrijdend kan voelen, riep bij haar juist opnieuw spanning op.

En precies daarom kun je niet zeggen: na deze oefening moet het kind de ballon kapotmaken. Kijk naar wat er gebeurt. Luister naar wat een kind zegt, maar kijk ook naar het lichaam. Zie je ontspanning en ruimte ontstaan of juist verstijving en controle? Dáár zit de informatie die je nodig hebt voor je volgende interventie.

Ballonnen gebruiken voor positieve ervaringen en kwaliteiten

Een ballon hoeft niet alleen gevuld te worden met iets wat weg mag. Je kunt hem ook gebruiken om iets wat er al is, groter en voelbaarder te maken. Denk bijvoorbeeld aan een kind dat bij iedere nieuwe stap direct duizend beren op de weg ziet. Dan kun je samen succesmomenten of fijne ervaringen verzamelen en deze symbolisch in een ballon blazen.

Schrijf de ervaringen of woorden die daarbij horen op de ballon. Wanneer het kind later opnieuw vastloopt in twijfel, kun je de ballon erbij pakken. Wat zit hier ook alweer in? Wat is eerder al gelukt? Welke energie hoort daarbij en wat verandert er wanneer je die opnieuw probeert te voelen?

Hetzelfde kun je doen met kwaliteiten. Misschien heeft een kind moed nodig om een stap te zetten, of vertrouwen, rust, doorzettingsvermogen of het vermogen om hulp te vragen. Schrijf die kwaliteit op de ballon en onderzoek vervolgens hoe die kwaliteit voelt in het lichaam. Zo wordt een abstract woord ineens iets waar een kind letterlijk en ervaringsgericht contact mee kan maken.

Wanneer gebruik je deze werkvorm juist niet?

Niet ieder kind vindt ballonnen fijn. Sommige kinderen zijn bang voor de knal of voelen spanning tijdens het opblazen. Wanneer een kind verstijft van angst terwijl het eigenlijk boosheid in een ballon probeert te blazen, ben je niet meer met boosheid bezig. De aandacht zit dan volledig bij de angst voor de ballon.

Gebruik in zo’n situatie iets anders. Misschien past boksen beter, waarbij het kind tijdens de beweging bewust uitademt. Misschien werkt scheuren, duwen, stampen of een andere lichamelijke vorm beter. Er zijn ontzettend veel manieren om aan hetzelfde doel te werken.

Houd ook rekening met praktische zaken, zoals een mogelijke latexallergie of een kind dat moeite heeft met zelf een ballon opblazen. Een werkvorm is nooit heilig. Als het materiaal niet past, kies je iets anders.

De uitdaging voor deze week

Mijn uitdaging aan jou is niet om deze week bij ieder kind precies dezelfde oefening met een ballon uit te voeren. Gebruik dezelfde basis en ontdek juist hoeveel verschillende interventies je ermee kunt doen. Bij het ene kind werk je misschien met boosheid, bij een ander met verdriet en bij een derde met succeservaringen of kwaliteiten. Misschien besluit je bij een kind na een minuut al dat de ballon helemaal niet past.

Dat is geen mislukte werkvorm. Dat is afstemmen.

Blijf jezelf daarom tijdens het werken steeds de vraag stellen: waarom zet ik deze interventie op dit moment bij dit kind in? Want uiteindelijk gaat het niet om hoeveel werkvormen je kent. Het gaat erom of je begrijpt wat je doet, waarom je het doet en wat het kind tegenover je nodig heeft.

Hoe zou jij deze werkvorm inzetten?

Misschien herken je een kind uit je eigen praktijk tijdens het lezen of kijken. Of vraag je je af: hoe zou ik deze werkvorm aanpassen aan die ene casus? Juist dat zijn de vragen waar we het in de gratis WhatsApp-groep over hebben.

Je kunt er dus je vragen stellen, ervaringen delen met andere professionals en je vindt er regelmatig extra video's en verdieping over ervaringsgericht werken. Leuk als je meedoet!

Gerelateerde artikelen

Geen resultaten gevonden

De pagina die je hebt opgevraagd, kon niet worden gevonden. Probeer je zoekopdracht te verfijnen of gebruik de navigatie hierboven om het bericht te vinden.

0 Reacties

Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Jette Peuscher

Jette Peuscher

Ik reageer zo snel mogelijk

I will be back soon

Jette Peuscher
Hee hoi, 

Dank je wel voor je berichtje. Ik reageer zo snel mogelijk.
WhatsApp
Tweet
Share
Share
Pin